NOVIEen gedeelde omgevingsvisie en een gezamenlijke aanpak
NOVIEen gedeelde omgevingsvisie en een gezamenlijke aanpak
NOVIEen gedeelde omgevingsvisie en een gezamenlijke aanpak

Vraag en Antwoord

  1. Wat is de Nationale Omgevingsvisie?
  2. Wat doet de Nationale Omgevingsvisie?
  3. Waar werkt de NOVI aan? Wat zijn de prioriteiten?
  4. Hoe komt de Nationale Omgevingsvisie tot stand?
  5. Bij welke bestaande trajecten sluit de Nationale Omgevingsvisie aan?
  6. Wat verandert er door de Nationale Omgevingsvisie op nationaal niveau?
  7. Hoe is de samenhang met andere schaalniveaus (regionaal, gemeentelijk)?
  8. Praten burgers ook mee bij de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie?
  9. Wat is de planning van de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie?
  10. Waar is meer informatie te vinden?
     

1.    Wat is de Nationale Omgevingsvisie?
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument binnen de Omgevingswet. De nieuwe Omgevingswet maakt de regels eenvoudiger, biedt ruimte aan ontwikkeling en beschermt de leefomgeving. Met de NOVI geeft het Rijk een lange termijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling naar een duurzame leefomgeving in Nederland. Om zo het hoofd te bieden aan de urgente opgaven die impact hebben op hoe Nederland is ingericht. Denk bijvoorbeeld aan de opgaven rond de woningbouw, landbouw, klimaatverandering en energietransitie. Of de opgaven rond mobiliteit, natuur en water en circulaire economie. De NOVI geeft richting door strategische keuzes te maken. En maakt ruimte voor regionaal maatwerk. Hoe we Nederland inrichten is namelijk een complexe aangelegenheid.
De NOVI is een samenhangende en inspirerende visie voor de fysieke leefomgeving en leefbaarheid in ons land. Daarmee is de NOVI cruciaal in de vernieuwing van het omgevingsstelsel.

2.    Wat doet de Nationale Omgevingsvisie?
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving.
De betekenis van de NOVI zit in het bij elkaar brengen van opgaven en mogelijke oplossingsrichtingen. Het maximaal zoeken naar combinaties en het geven van de randvoorwaarden daar waar het maken van harde keuzes aan de orde is.
De NOVI stelt de karakteristieke eigenschappen van de verschillende gebieden in ons land centraal. Daarna volgen keuzes en besluitvorming over hoe daar verschillende functies, integraal en in samenhang, op kunnen worden ingepast. De NOVI wil daarmee nationale belangen borgen en nationale en regionale prioriteiten en ambities met elkaar verbinden.

3.    Waar werkt de NOVI aan? Wat zijn de prioriteiten?

  • Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland;
  • Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie;
  • Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen;
  • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

4.    Hoe komt de Nationale Omgevingsvisie tot stand?
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een visie voor heel Nederland. Het Rijk kan namelijk niet alléén zorgdragen voor een duurzame fysieke leefomgeving van Nederland. De opgaven vereisen dat de gezamenlijke overheden als één overheid opereren, samen met bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en de inwoners van dit land. Het kabinet wil met de NOVI richting geven waar dat wordt gevraagd, maar ook ruimte maken voor (regionaal) maatwerk. In de totstandkoming van de NOVI wordt daarom nauw samengewerkt met medeoverheden en wordt actief de betrokkenheid gezocht van maatschappelijke partijen en kennisinstellingen.

5.    Bij welke bestaande trajecten sluit de Nationale Omgevingsvisie aan?
Uitgangspunt voor het betrekken van verschillende partijen is dat er zoveel mogelijk wordt aangesloten bij lopende trajecten waarin wordt gewerkt aan de fysieke leefomgeving. Deze werken in de praktijk al samen aan relevante thema’s als: stad, veilige delta, infrastructuur, ruimte, transport, voedsel, milieu en energietransitie. Een goede wisselwerking tussen de NOVI en deze trajecten is een essentiële slaagfactor.

  • Klimaat- en Energieakkoord
  • Woonagenda
  • LandbouwVisie (2018)
  • Maak Verschil (digitale overheid)
  • Noordzee Agenda
  • Interbestuurlijk Programma
  • Visie Erfgoed & Ruimte

6.    Wat verandert er door de Nationale Omgevingsvisie op nationaal niveau?
Bij het maken van keuzes in de inrichting van Nederland is steeds sprake van het wegen van diverse belangen. Zowel op lokaal, regionaal als op nationaal niveau. De belangen op nationaal niveau maken we in de NOVI expliciet. Welke belangen vinden we gezamenlijk zo groot, dat deze nationaal gewaarborgd moeten worden of richting moeten krijgen? Op basis van inrichtingsprincipes wegen we de belangen en maken vervolgens integrale strategische keuzes. Dat moet niet alleen door het Rijk gebeuren. In veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Dit wordt verder gebiedsgericht uitgewerkt.

7.    Hoe is de samenhang met andere schaalniveaus (provinciaal, gemeentelijk)?
Hoewel de Nationale Omgevingsvisie op basis van de Omgevingswet zelfbindend is voor het Rijk, vindt het kabinet het essentieel dat de NOVI een nationale visie wordt en niet alleen een visie van de rijksoverheid. De opgaven vereisen dat de gezamenlijke overheden als één overheid opereren. Het kabinet wil met de NOVI richting geven waar dat wordt gevraagd, maar ook ruimte maken voor (regionaal) maatwerk. De Omgevingswet voorziet niet in juridische doorwerking van de NOVI naar omgevingsvisies van andere overheden. Andere overheden, burgers en bedrijven, zijn dan ook niet juridisch aan de NOVI gebonden, maar wel aan regels en normen die op basis van de NOVI worden opgesteld. Het is wel belangrijk dat de omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten op elkaar aansluiten, ook voor de onderbouwing van keuzes die in provincies en gemeenten worden gemaakt.
Provincies en gemeenten zullen in hun eigen omgevingsvisies uiting geven aan hun verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. In de omgevingsagenda’s worden de verschillende omgevingsvisies – nationaal, provinciaal en gemeentelijk – met elkaar in verbinding gebracht. Dit moet leiden tot een gezamenlijke definiëring van de opgaven in een specifiek gebied.

8.    Praten burgers ook mee bij de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie?
Het maatschappelijke debat over de NOVI vindt op verschillende manieren plaats. De opvattingen van burgers over de fysieke leefomgeving zijn gepeild. Ook kinderen en jongeren hebben hun perspectief op de toekomst van Nederland geschetst.
Het onderzoek naar perspectieven van burgers krijgt een vervolg in drie gebieden waar de urgente problemen aan de orde zijn. Daarnaast wordt intensief samengewerkt en gesproken met decentrale overheden en maatschappelijke partijen over de inhoud van de NOVI.

Via de formele inspraakprocedure die start na de vaststelling van de Ontwerp NOVI kan iedereen zienswijzen indienen. Daarna zal de NOVI gebiedsgericht en in samenhang met regionale omgevingsvisies worden uitgewerkt via omgevingsagenda’s in de regio. Dan gaat het ook om concretere gebiedsgerichte maatregelen. In die uitwerking gaat het de directe leefomgeving van inwoners raken en dan is het betrekken van burgers vooral essentieel. Dat kan ook weer andersom invloed hebben op de inhoud van de NOVI. De NOVI heeft namelijk een cyclisch karakter, en moet aangepast kunnen worden als de omstandigheden daarom vragen.

9.    Wat is de planning van de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie?
De NOVI moet klaar zijn voordat de Omgevingswet ingaat (2021).
Planning tot 2021: begin 2019 verschijnt de Ontwerp NOVI. Na vaststelling van het Ontwerp volgt de formele inspraakprocedure. Medio 2019 zal de NOVI definitief worden vastgesteld.

10. Waar is meer informatie te vinden?
Publicaties zoals projectplannen NOVI fase 2 en fase 3

www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl

www.omgevingswetportaal.nl

www.vng.nl > NOVI factsheet